Afscheidsbrief






Een afscheidsbrief


Formeel scheiden de wegen pas na de zomer. 

Informeel blik ik komende week al met een aantal collega’s terug. En zet een punt.


Er wacht een nieuw onbekend landschap op me. De kaart ervan is nog niet getekend.

Er ontstaan wat contouren en ruimte voor beweging.

Een wonderlijke onbekende wereld waarin ik mag zwerven en gaan ontdekken.

Gaan ontdekken wie ik nu ben, wie ik zou wíllen zijn.

Voor wíe ik er zou willen zijn.


Maar eerst afscheid

Blik naar achteren

Bitterzoet

Afscheid

Voor nu


——-

Dag Rijnbrink,

Ik schrijf je deze brief om afscheid te nemen. Meestal gaat het bij afscheid om iets feestelijks: pensionering, een coole nieuwe baan en andere fijne dingen. En, nou ja... Dat ligt in mijn geval wat anders. Een depressie en PTSS kunnen iedereen overkomen. En het overkwam mij. We zijn iets meer dan 12 jaar samen opgegaan en nu scheiden onze wegen definitief. En dat is niet oké. Maar het is oké dat het niet oké is.

Ik begon bij de OBD als LeEZ-consulent jongeren en leeskringen en toen kwam Biebsearch via Bibliotheek Zwolle langs en sloot ik aan. En voordat we het wisten zaten we tot over onze oren in het voortgezet onderwijs. Daarna ging ik als kwartiermaker Biebsearch aan de slag en volgde de masterclass Biebsearch. En zo kwam er vervolgens een franchise tot stand met POI’s en een aantal zelfstandige bibliotheken in de stichting Biebsearch. 

En toen begon het gedoe. Ik ben altijd open geweest over wat er met me aan de hand was. PTSS en ook depressie maken niet persé werkonbekwaam, maar zijn wel lastig en in mijn geval  draaglast-bepalend.  Ik kon alleen half werken volhouden, nam afscheid van de provinciale Biebsearch-projecten en richtte me op het verweven van Biebsearch met de Bibliotheek op school vanuit het kernteam van de Bibliotheek op school. 32 uur werd lang 12 uur en daarna werd werken definitief te belastend. En nu wordt dat in de zomer formeel definitief.

Het maakt me verdrietig als ik zie hoeveel ik verloren heb. Verloren in mijn eigen functioneren maar ook verloren door alle stilstand en achteruitgang in deze jaren. Waarin collega’s allemaal zó gegroeid zijn en vooruitgegaan. En dat voelt als dubbel verlies. Ook omdat ik gewoon héél trots ben op mijn collega’s en op Rijnbrink. 

Ik ben niet vaak meer op kantoor voor afspraken. Maar als je zin in en tijd hebt, stuur me dan een berichtje op essen2punt0@gmail.com om iets af te spreken en bij te praten. Dat lijkt me leuk. Dat kan bij Rijnbrink, maar je bent ook van harte welkom in Holten of ergens anders.

Er bestaat zoiets als post-traumatische groei. Dat is dat stuk van je wat na een levensstorm overblijft als de storm is gezakt. De bomen die gevallen zijn in de storm worden opgeruimd en bieden daarmee letterlijk ruimte voor nieuwe begroeiing. Er is mogelijkheid om nieuw licht laten schijnen op de bomen die zijn blijven staan. Wederopbouw is een enorm project en er zijn heel wat plannen. En laat ik nou tóevallig als projectleider beschikbaar zijn!

Hartelijke groet,

Annemarie van Essen





Na het verstommen van het vuurwerk

5 jaar terug is het vandaag alweer. Dat je net na het verstommen van het vuurwerk zomaar bij ons uit de tijd viel.


Dat de wereld stopte met draaien en de klok met tikken en je er opeens niet meer was. Dat het moment dat we al zo lang vreesden er opeens echt was. Het telefoontje om kwart over drie ‘s nachts, mijn rit naar jullie in een vurig gebed en hoop: ik had je ziekenhuistas wel vaker uit de losse pols gevuld en jullie daarna naar het ziekenhuis gevolgd. Maar dit keer was het anders.


Dat de volgepakte kamer met vier ambulancebroeders, vier agenten en de helpende buurman opeens alleen maar leek te bestaan uit mijn vader en ik en jij. Mijn zusje had ik direct al gebeld en we spraken kort. Dat kan als het scenario voor dit telefoontje al jaren in je systeem ligt te wachten. We dit al vaker hadden gedaan, maar dan ín de tijd. Als je het snel zegt lijkt het bijna niet echt. Maar dat was het wel. Uit de tijd, uit ónze tijd.


De jonge agent die vermoeid en verslagen met blauwe handschoenen in de deuropening stond uit te hijgen van de inspanning. De agent die niet van de zijde van mijn vader leek te wijken in de achterkamer.  Hoe de vloerbedekking, zo zacht, niet leek te rijmen met dezelfde harde vloer. De kleine kerstboom in de kamer die nog hoorde in de andere tijd. Ooms en tantes midden in de nacht. Kleren uit je kast, maar welke? Bed boven uit elkaar, beneden in elkaar. Briefjes met jouw aanwijzingen, al lang en breed door je geschreven. Ooms en tantes met zorg en praktische raad en daad en schroefboormachines en redderend met linnengoed. Noabers en noaberschap op dat moment en al lang daarvoor. Dichte luiken voor de ramen, gesloten leven.


Ik mis je.

X

365 dagen

Het is vandaag precies 365 terug dat deze foto van me is gemaakt. Niet echt flatteus, maar wat wil je op de laatste dag van de intensieve 8. Er waren zoveel hoogte en dieptepunten.   Er was zoveel gebeurd.

Toen had ik mijn nieuwe levensmotto al gevonden: ik overwin alles. Omnia Vinco. Het staat nu op m’n arm. Zodat ik het niet vergeet op de momenten dat ik het niet meer kan voelen of geloven. Dat ik er zo in geloofde dat ik het gewoon permanent op me te durfde zetten.


En ik mis het. Ik mis Psytrec, mis het gevoel van vaart maken, echt met het ptss-monster in worsteling te zijn en gewoon twee weken te knallen. Ik mis de sport en de zorgvuldige aandacht. 

Ik mis vooral dat iedereen weet wat je doormaakt. De kleine knikjes naar elkaar, oogcontact voor en na de emdr en exposure en het lotgenotengevoel. Niet gek (of alleen maar een beetje ;)) aangekeken worden bij trauma en stress.

Ik mis de groepgenoten met wie je heel intens mag (en moet) optrekken. En hoe snel er verbondenheid was.


En vergis je niet, Psytrec is ook gewoon hellisch geweest. Loodzwaar en niet altijd draagbaar. Maar actie en aanpakken is beter dan afwachten en de triggers onverwacht langs te krijgen. Hoe ik daar in twee weken tijd loskwam van de triggers van het bos.


Ik hoor thuis de vogels. Weet nog hoe die er in Bilthoven ook waren. En ik weet nog hoeveel hoop en kracht die ik de eerste tijd na de intensieve 8 had. En ook hoe fragiel mijn zenuwsysteem was. Hoe weinig prikkels en mensen ik kon verdragen.


Ik had ook een tweede keer nodig. Maar dat wist ik 365 dagen terug nog niet. En toen wist ik ik ook nog niet hoe belangrijk de behandeling voor me zou zijn. Hoeveel ik terug mocht winnen. En ook weer wat moest inleveren.


En nu gaat het minder goed. De ptss-restjes zijn redelijk stabiel en behapbaar. Dat is ook nog een weg, maar die vind ik wel. De depressie heeft me momenteel overgenomen en de somberheid weegt zwaar. Dag voor dag, moment voor moment. Verdriet met verdriet.


Maar ook de verwondering is er. 8 dagen van 365 maken zoveel verschil. Maken ruimte voor veel dingen en gevoelens die er soms al meer dan 25 jaar niet meer zijn konden. En dat maakt deze 365 dagen ook zwaar. Nieuwe wegen, nieuwe paden en ik had ze nog nooit eerder kunnen bewandelen.


Herstel is een oneerlijk pad dat nooit terug naar ooit loopt. Er is geen beter, maar wel beter(der). Ik werk arbeidstherapeutisch weer een beetje en heb verdriet van wie ik niet meer kan zijn, hoe mijn collega’s wel gegroeid zijn en floreren. En in deze fase heb ik moeite met al die mensen die goedbedoeld zeggen dat ik het moet accepteren en het nieuwe wel een weg vindt. Hoe dan, wanneer dan!?


365 dagen terug..

Ik wist alles en nog niets.

Na psytrec begon het pas..







Zuster Joyce

Het is zaterdagmorgen en ik neem ruim de tijd voor de krant. In de weekendbijlage staan allerlei herinneringen aan verpleegkundigen. Voordat ik het weet ben ik in tranen. Al die verhalen, al die mensen.En opeens weet ik waarheen mijn tranen stromen. Naar zuster Joyce.

1982
Ik was 8 en was op mijn fiets door een auto aangereden. Uiteindelijk kwam ik er vanaf met een gebroken rechterarm. Mijn bovenarm helaas. Dat betekende een verblijf van zes weken letterlijk vastgeschroefd in een tractie. Mijn kinderen zijn de acht jaar al te boven. Maar ik weet nog hoe klein ze waren: jonge kinderen. En dat was ik toen ook.

Ouders mochten in die tijd op bezoek komen tijdens bezoekuren. En wat was er veel tijd dat het geen bezoekuur was. En in die uren regeerden dokters, verpleging en de activiteitenleidsters. Net zoals in het echte leven was niet iedereen even aardig. Er waren witte jassen waar ik bang voor was, zusters die me het gevoel gaven dat ik een last was. Dat ik tot last was. Ik weet nog hoe ik de klok net vanuit mijn ooghoek in de gang kon zien. Hoe de tijd maar niet voorbij leek te gaan. De verplichte middagrust waarin de gordijnen dicht gingen en we maar gewoon lagen te liggen. Hoe de ziekenhuisbieb en vooral de bibliothecaris (was het de activiteitenbegeleidster?) me tot frustratie brachten omdat ik zo snel las en graag stripboeken las. En dat was natuurlijk niet goed. Ik moest gewoon lezen, stripboeken waren geen echte boeken. Hoe ik me voor mijn liefde voor strips schaamde.

Hoe ik een groene Jan jans en de kinderen kreeg van de autobestuurder die net zo zenuwachtig was als ik voor het bezoek. Arme jongen. Ik had hem een doodschrik bezorgd door onverwacht voor zijn auto op te duiken bij het oversteken van de provinciale weg. Ik had de nacht voor zijn bezoek koorts gekregen en was zo onrustig voor zijn bezoek. Ik was zo bang dat hij heel boos op me zou zijn. Dat iedereen boos op me was. Kwikzilvere achtjarige ik; woelig en roerig vastgeschroefd in een groot bed op een zaal met allemaal andere patientjes.

En in die roerige tijden waren er een paar zusters waardoor ik voor het vuur zou zijn gegaan. Die, voor mijn gevoel als achtjarige, voor mij door het vuur gingen. Zuster Joyce was de liefste van allemaal.
Zij zorgde dat ik me niet tot last voelde maar dat ik goed was. Dat ik blij was met haar aandacht en rust en liefde. Dat ik niet bang was als ze aan mijn bed verscheen. Dat ze een zonnetje liet schijnen. Die lachte om mijn grapjes en troostte in mijn verdriet.

Ik heb in mijn leven als heel wat verplegers en verplegers mogen meemaken. Maar niemand was voor mij zo belangrijk als zuster Joyce.

Dankjewel.








Niets is voor altijd

“Niets is blijvend, ook het verdriet niet en zelfs de grootste shit gaat voorbij. 
Sta toe dat de tijd zich met je bezighoudt, luister naar me, maak het niet nog erger.
Want er is een nieuwe morgen, een nieuwe dag, een nieuw jaar.
Het verdriet heeft tegen je gelogen, niets is voor altijd.”






Uit: De zeven uren die mijn leven veranderden / Susanne Preusker

De keuze : leven in vrijheid / Edith Eva Eger

Mantra om emoties te kunnen hanteren:
  • Merk op
  • Accepteer
  • Onderzoek
  • Blijf

Vragen
  • Wat wil je?
  • Wie wil het?
  • Wat ga je eraan doen?
  • Wanneer?




Groei

Vanmorgen heb ik gesport. Ik doe bodypump. Ik heb voor het eerst minder zwaar getraind met de intentie. 100% inzet met 80% belasting. (Ipv alleen 100% belasting is 100% inzet, en anders is het niet goed genoeg)

Ik heb echt meer gevoeld en ook meer onrust. En toen we klaar waren heb ik echt een uur lang gebibberd, herbeleefd, getrild. De manier waarop mijn systeem spanning en stress afvoert.


Daar ligt mijn nieuwe uitdaging. Niet vermijden door te hard te gaan en dan niet te voelen. Maar door minder hard te gaan (en voor mezelf te zijn) door min belasting iets te verlagen en te gaan voelen.


En waarom ik dat hier nu schrijf? Omdat ik dat experiment een maand of twee terug nog niet eens bedacht kon hebben! Er zit nog steeds groei in mijn herstel.

En wat verder zo interessant is: het inzicht heb ik opgedaan bij mijn tweede keer Psytrec. Ook daar heb ik al gewerkt rondom dat (over)belasten als vermijding. En ook daar heb ik als geoefend met het idee dat 75% belasting ook 100% inzet kan zijn. 


Dat ik niet altijd voluit hoef of moet gaan om voluit te leven..

En dat ik nu, 4 maanden na Psytrec, klaar ben om daar mee te gaan exoerimenteren.


Vergis je niet: er zijn zoveel zaadjes bij Psytrec geplant. En zo af en toe steekt er opeens weer een zaadje z’n kopje uit van onder het zand.

Niet alles bloeit meteen wild en vrij. 

Alles op z’n tijd.


X




Piepkuiken

Ik worstel met depressie en ptss en het gaat beter...
De antidepressiva die ik nu 5 jaar slik heeft als bijwerking tinnitus. En dus.. slik ik al bijna 5 jaar mijn eigen piep.
Elke dag weer opnieuw. Met mijn volle bewustzijn.

Zonder antidepressiva wil ik niet leven, dus vinden zowel mijn psychiater en ik dit het beste van het slechtste. Ergens zou ik graag zo willen stoppen, maar het uitvogelen van het juiste depressie-medicijn kostte al meer dan driekwart jaar. Mss kan ik ooit afbouwen. Maar de kans is groot dat de piep al lang en breed ‘van mijn hoofd’ is geworden en dus ook niet meer verdwijnen gaat. Zelfs al stop ik met de clomipramine.

Nu het beter gaat met de innerlijke stormen ontstaat er lucht en ruimte. En juist in de lucht en ruimte komt mijn piepkuiken wel 10 keer zo hard binnen. Daar waar ik eerst nog elk moment van de dag in gevecht was met mijn psyche en ik nu eindelijk wat rust terug krijg, komt de piep zo hard aan.
Beukt en steekt de tinnitus op me in als de storm van gisteren. Nadat ik eigenlijk dacht de grootste storm al overleefd te hebben komt deze oude nieuwe als een stormram aan.
Ik dacht na de afgelopen 5 jaar dat ik wel wist hoe ik met mijn piepkuiken moest omgaan. Dat ik genoeg had geleerd en dat het eerste jaar het meest moeilijke was.

En na de storm komt de stilte..
Maar niet voor mij.

En nu moet ik opnieuw leren omgaan met mijn piepkuiken. (Ik wilde een naam om dat akelige geluid van meer dan 12.000 herz in ieder geval mentaal bedwingbaar te maken)
Opnieuw bevriend raken zodat het me niet meer zoveel verdriet en teleurstelling kost.

Hap lucht en doorgaan..

Ik mis de stilte.





@essen2punt0
Annemarie@essen2punt0.nl

Het is nooit stil.
Ik mis de stilte




@essen2punt0
Annemarie@essen2punt0.nl