De moderne GGZ en ik





Er zit me de laatste maanden wat dwars in de discussie over de moderne GGZ. En dat is de stellingname en mening van deskundigen, psychiaters en presentatoren in de verhalen en podcasts.  Ik heb complexe PTSS, depressie en nog wat aanverwante problematiek. Hoewel het me nu beter gaat dan in de eerste jaren, kan ik mezelf in de verste verte niet ‘beter’ noemen. Er is sprake van herstel maar dat is wat anders dan hersteld zijn.

Als psychiatrisch onderwerp van gesprek heb ik geleerd dat iedereen daar iets van mag vinden. En dat ik als lijdend voorwerp dat voor een groot gedeelte moet beschouwen als opbeurende kritiek, feedback en welgemeende adviezen. Iedereen vindt overal wel wat van en klok en klepel hangen nu eenmaal dicht bij elkaar. 

Ik deel veel van mijn ziekteproces niet. Het is een persoonlijk proces en het maakt me buitengewoon kwetsbaar. Al met al een perfecte uitgangspositie voor mijn hoofd om daar nog eens uitgebreid een schuldige janboel van te maken.

Ik voel me enorm schuldig naar mijn mijnen; mijn man, onze twee kinderen, familie en schoonfamilie, vrienden en naar mijn werkgever-die-niet-meer-mijn-werkgever-is en oud-collega’s. Het hele WIA-traject was ik als de dood dat het UWV ook vond dat ik me aanstelde. De toekenning van de WIA bracht een enorme opluchting naast de emotionele hamerslag die zo’n beoordeling ook met zich meebrengt. De meest kritische instantie die ik ken, heeft in zijn beoordeling toch gezien dat ik klaarblijkelijk wel mijn best heb gedaan maar ook niet meer mee kan in wat de werkmaatschappij vraagt.

Ik ervaar een enorm gevoel van rouw over wie ik niet meer ben en over wat ik in de afgelopen 7 jaar me ook allemaal niet heb kunnen toe-eigenen. Stilstaan in deze snelle wereld is niets anders dan achteruit gaan. En daar ben ik me pijnlijk bewust van.
En dus vind ik dat ik niet zo moet zeuren en dat het allemaal niet zo erg is. Ik stel me aan. Het leven zou toch maakbaar moeten zijn?

Na 7 magere jaren vind ik het tijd voor de 7 vette. En ook de omgeving begint het geduld wat te verliezen. Soms subtiel, soms wat kort door de bocht. ‘Ben je nou nog stééds in therapie?’ ‘Ben je er niet te veel mee bezig?’ ‘Zou je het niet een keer loslaten?’ 

En dáár komt dan de huidige berichtgeving om de hoek kijken. Want klaarblijkelijk moet je een beetje ongeluk niet meteen in de spreekkamer willen brengen, is medicatie vaak niet werkend maar placebo óf gewoon onbewezen. Zijn er veel lichte gevallen die de zorg niet zo nodig hebben, of zouden gesprekken met een psychiatrische dominee-figuur genoeg zouden moeten zijn. En is de gebruikte therapievorm meer het baken voor de behandelaar dan van de patiënt. EMDR werkt vanuit de mystificatie en het bijbehorende ritueel. En ik ben vast nog een aantal van de one liners vergeten.

In de beslotenheid van de behandelkamer kan ik met mijn behandelaren hier best goed over in gesprek. Dat is genuanceerd en onderbouwd vanuit hun (wetenschappelijke) en werkervaring, maar ook vanuit hun ervaring met mij en mijn kwetsbaarheid 

Maar mijn omgeving leest wat ze lezen, hoort wat ze horen en vorm hun eigen beeld. En dat is het beeld van overbehandeling, dat er te snel wordt gezeurd of dat de mens te ontevreden is. En een aantal van de ronkende krantenkoppen maakt de beeldvorming af. En dát beeld, die werkelijkheid. Daar word ik dagelijks mee geconfronteerd. De als vraag geponeerde stelling, de conclusie dat de artsen het vast beter weten, dat wat er geschreven en gezegd wordt in de media de waarheid is.

Maar ik ben degene die direct in de frontlinie staat. Die telkens maar weer moet zeggen dat dat voor mij anders is. Dat ik anders ben. niet zo maakbaar als ik zou willen. En dat terwijl mijn hoofd overuren maakt omdat ik vind dat ik me toch al zo ernstig aanstel.

De meeste mensen in mijn omgeving lezen de Correspondent niet. Verdiepen zich niet in de polarisatie en de daarbij behorende ronkende stellingnames. En dus ben ik niet allen behept met een psychiatrisch ziektebeeld, maar moet ik dat ook nog eens verdedigen tegen een ieder die daar iets over gelezen en gehoord heeft. En ben ik degene die mijn overtuigingskracht ook nog eens moet inzetten voor mijn eigen persoonlijke PR. 

Ik zou graag eens wat medestand willen ervaren. Dat in plaats van in te gaan op het percentage geen-effect, er wordt gesproken over degenen die er wel baat bij hebben. En dat het niet gaat over ‘bij sommige mensen werkt het heus wel’. Dat er nu eens partij wordt gekozen voor de groep die al in de hoek van de klappen staat. De groep die ternauwernood overeind blijft. 
Maar die in de publieke opinie ook telkens weer geconfronteerd wordt met dat rigide gepolariseerde beeld van de maakbare psychiatrie.

Geloof me, ik zou er alles voor over hebben om weer gemaakt te zijn.